Slot

11 april
Het experiment zit er op en dit is mijn laatste bericht. Maar met koud water zwemmen ga ik door.
31 januari 2018 begon het twee keer per week in zee zwemmen met een dip van minder dan een halve minuut. Het water was toen 7 graden. Gisteren zwom ik 15 minuten in zee die nu 9 graden is. Toen woedde er een zuidwesterstorm met veel regen, gisteren scheen de zon en stond er een koude wind uit het noordoosten. Toen schuimde de zee grijs, gisteren kleurde de zee groen.
Ik ben meegegaan met de bewegingen van de watertemperatuur. Van 5 graden in maart, naar 20 in augustus en weer terug naar 5. Gisteren was het water alweer 8 graden. Na de euforie van de eerste paar keer was ik een week ziek. Weg zelfvertrouwen, weg praatjes over immuunsysteem.
In de zomer heb ik de zee afgewisseld met de rivier waar ik een stam dames op leeftijd in een roeiboot tegenover me kreeg. De vrouwen stonden een paar maanden geleden in de weekendbijlage van de krant en werden geportretteerd als een gezellig vriendinnenclubje! Ik zeg jou, onderzoeksjournalistiek staat onder druk.
Ik heb meer bijzondere ontmoetingen gehad, met een strandtenthouder, een visser, een drone, een surfmeisje, een zeehond, een Duitse toerist, een dame-met-hondje, kwallen, visjes en vissen en een vrouw met een ernstig zieke man.
De sokken van de Bristol zijn versleten, net als een fietsketting door opwaaiend zand. Recent nog ben ik een zwembroek in zee verloren.
En, conclusie? Voel ik me beter? Ben ik gezonder en fitter? Heb ik meer zelfvertrouwen?
Laat ik dit zeggen: elke keer als ik me achteraf stond af te drogen voelde ik me beter dan toen ik er ging. Opgewekter en positiever. Geestelijk versterkt, lichamelijk werd ik er moe van, het lijf krijgt toch wat te verduren in de kou. En na meer dan een jaar vind ik koud afdouchen nog steeds naar.
Moe, maar voldaan dus. Dat zei mijn vader ook altijd als hij een hele zaterdag in de tuin had gewerkt. Misschien wordt dat mijn volgende uitdaging. U hoort van mij.